Tijdens ESNS 2026 stond de Business Dag, georganiseerd door ESNS en HellYes, volledig in het teken van de veranderende dynamiek tussen merken, festivals en live entertainment. In Brouwerij Martinus in Groningen kwamen professionals uit de muziek-, festival- en sponsorwereld samen om te reflecteren op marktontwikkelingen, data, samenwerking en de toekomstbestendigheid van partnerships. SponsorReport was aanwezig en deed verslag van de gesprekken, inzichten en discussies die samen een helder beeld schetsten van een sector in beweging.
De ESNS Business Dag werd geopend door Rik Meijer van HellYes, die meteen de context schetste waarbinnen deze bijeenkomst is ontstaan. De Business Dag werd vorig jaar gestart en is bedoeld als moment waarop de sector elkaar ontmoet, juist in een periode waarin de verschillen groot zijn. “We hebben hier vandaag mensen zitten die hun beste jaar ooit hebben gedraaid. Mensen die twijfelen of er nog een volgende editie van hun festival komt. En mensen die net hebben gehoord dat een deel van hun portfolio geen toekomst meer heeft.” Precies die uiteenlopende realiteit vormde volgens Meijer de aanleiding om deze dag samen met ESNS structureel te organiseren.
In zijn verhaal stond Meijer stil bij de vraag waarom de live-entertainmentsector ertoe doet, juist wanneer economische druk toeneemt en keuzes scherper worden. Hij vertelde hoe hij zijn werk lange tijd relativeerde als “het organiseren van leuke dingen”, zeker in vergelijking met het beroep van zijn vrouw, die arts is. Tijdens de pandemie leek die gedachte bevestigd te worden, toen evenementen van de ene op de andere dag stilvielen. Maar juist in die periode werd volgens Meijer zichtbaar wat er werkelijk verdween. “Mensen misten niet alleen vermaak, ze misten verbinding. Gemeenschap. Een gevoel van erbij horen.” Het wegvallen van festivals, concerten en culturele momenten leidde volgens hem tot een vorm van emotionele leegte, waarin gevoelens van angst, eenzaamheid en frustratie toenamen.
Daarmee raakte Meijer aan een bredere betekenis van cultuur en live events. Niet als luxeproduct, maar als fundament onder mentale gezondheid en sociale veerkracht. Hij verwoordde het met een citaat dat hij toeschreef aan zijn vrouw: “Ik zorg dat mensen niet doodgaan, maar jij zorgt dat ze zich levend voelen, en blije mensen maken gezonde keuzes.” Cultuur, zo stelde hij, helpt mensen het leven te verwerken, biedt ontlading en creëert momenten van herkenning en verbondenheid. In een tijd van polarisatie en toenemende mentale druk, vooral onder jongeren, is die rol urgenter dan ooit.
Tegelijkertijd benoemde Meijer expliciet de zakelijke realiteit. Kosten stijgen, marges krimpen en het organiseren van evenementen wordt complexer. Maar juist daarom is samenwerking essentieel. De Business Dag is volgens hem bedoeld om als sector – organisatoren, merken, agencies en zelfstandigen – samen te onderzoeken hoe live entertainment sterker uit deze fase kan komen en zich kan positioneren ten opzichte van andere sectoren. Zijn oproep aan de zaal was helder: “Blijf de verbeelding brengen.” Want, zo besloot hij, wie cultuur creëert, creëert hoop – en hoop werkt door, ver voorbij het evenement zelf.
De dag ging verder met een gezamenlijke opening door een groep ambassadeurs uit verschillende delen van de live-entertainmentsector: Daan Ruitenbeek (Mojo Concerts), Gilles de Smit (Friendly Fire), Babeth ten Hove (Zwarte Cross), Linda Holleman (Tickets for Good), Lieske de Haas (AB InBev) en Carmen Helmink (HellYes). Wat direct opviel: ondanks verschillen in schaal en discipline werden dezelfde spanningen en kansen benoemd. Kosten stijgen, marges staan onder druk en tegelijkertijd verwachten bezoekers meer kwaliteit, relevantie en beleving.
De opening zette daarmee de toon voor de rest van de dag: partnerships zijn geen optionele extra meer, maar een structureel onderdeel van het verdienmodel én de inhoudelijke programmering. In drie panels werden verschillende thema’s uitgediept. Alle panels stonden onder leiding van Laura Melenhorst, die gedurende de dag zorgde voor samenhang en richting in de gesprekken.
In het eerste panel werd ingezoomd op de kansen en beperkingen in de huidige markt. Vertegenwoordigers van Fever, Buutvrij for Live en Chasing the Hihat spraken openlijk over schaalgrootte, haalbaarheid en de rol van commerciële samenwerkingen.
Een belangrijk inzicht was dat kleinere festivals en evenementen het steeds lastiger krijgen om zonder structurele commerciële partners te overleven. Tegelijkertijd werd benadrukt dat niet elk merk automatisch past. Co-creatie kwam meerdere keren terug als sleutelbegrip: merken moeten niet alleen zichtbaar zijn, maar daadwerkelijk waarde toevoegen aan de festivalervaring. Voorbeelden uit de praktijk lieten zien dat het oplossen van concrete problemen voor bezoekers – zoals toegankelijkheid, comfort of duurzaamheid – effectiever is dan klassieke zichtbaarheid.
De reflectie na afloop, in gesprek met ESNS, onderstreepte dat deze ontwikkeling vraagt om scherpere keuzes. Niet elk partnership is wenselijk, en relevantie richting bezoeker wordt steeds bepalender voor succes.
Lees hier het meer uitgebreide verslag van Panel 1 – Kansen in de markt
Het tweede panel richtte zich op data als strategisch fundament voor partnerships. Vanuit AFAS Live en Crafture werd besproken hoe data de afgelopen jaren is verschoven van abstract buzzword naar praktisch instrument.
De centrale boodschap: data krijgt pas waarde wanneer deze wordt gekoppeld aan duidelijke doelstellingen. Niet de beschikbare databronnen, maar de vraag van het merk moet leidend zijn. Door vanuit die doelstelling terug te redeneren, ontstaat een concreter beeld van doelgroep, context en touchpoints. Dit maakt partnerships beter onderbouwd en geloofwaardiger richting merken.
Tegelijkertijd klonk ook nuance. Niet alles wat meetbaar is, moet worden ingezet. Bewuste keuzes in datagebruik dragen bij aan vertrouwen en lange termijnrelaties. Data werd daarmee niet gepositioneerd als doel op zich, maar als middel om samenwerking inhoudelijk sterker te maken en beter te verantwoorden.
Lees hier het meer uitgebreide verslag van Panel 2 – Data: fundament voor partnerships
Het derde panel bracht verschillende perspectieven samen rond één centrale vraag: hoe noodzakelijk is samenwerking geworden? Aan tafel zaten vertegenwoordigers van Mojo Concerts, HellYes, Arla / Starbucks, Zwarte Cross en KPN.
De conclusie was eensgezind: samenwerken is geen luxe, maar een randvoorwaarde om relevant te blijven. Merken zoeken naar langdurige relaties waarin ze onderdeel worden van het verhaal van een evenement, terwijl organisatoren behoefte hebben aan partners die verder kijken dan eenmalige activatie. Daarbij werd benadrukt dat partnerships steeds vaker als campagne worden benaderd, met een langere aanloop en een doorvertaling naar online en andere kanalen.
Een scherp geformuleerde observatie bleef hangen: festivalactivatie is óf “de kers op de taart” van een bredere campagne, óf – bij kleinere budgetten – juist het startpunt voor een grotere online laag. Daarmee werd duidelijk dat live events steeds vaker functioneren als content- en betekenisdrager binnen bredere merkstrategieën.
Lees hier het meer uitgebreide verslag van Panel 3 – Samenwerken of achterblijven?
De dag werd afgesloten met een Industry Roast door cabaretier Daniel Rosmalen en een korte reflectie door Peter Verheul namens ESNS. Met een mix van humor en realisme werd teruggekeken op een sector die onder druk staat, maar ook volop in ontwikkeling is. Daarbij gaf Verheul aan dat de ESNS Business Dag bedoeld is als een jaarlijks terugkerend moment voor de sector, met de ambitie om deze bijeenkomst mogelijk vaker per jaar te organiseren. Wat overheerst, is het besef dat partnerships volwassener zijn geworden. Ze vragen om duidelijke doelstellingen, inhoudelijke keuzes en wederzijds begrip van elkaars belangen.
De ESNS Business Dag liet daarmee zien dat sponsoring en partnerships in live entertainment steeds minder draaien om zichtbaarheid alleen. Waardecreatie, relevantie en lange termijn denken vormen de nieuwe standaard. Voor zowel merken als evenementenorganisaties betekent dit meer werk aan de voorkant, maar ook meer perspectief op duurzame samenwerking.