NOCNSF reageert positief op de extra investeringen in sport die het kabinet in de Miljoenennota 2027 aankondigt, maar stelt dat nog niet duidelijk is hoeveel er de komende jaren exact in sport wordt geïnvesteerd. Zeker is volgens de sportkoepel dat extra middelen beschikbaar komen voor de BOSA-regeling en lokaal sportbeleid. NOCNSF vindt de investeringen echter nog niet voldoende om de eerdere bezuinigingen op de sportsector te herstellen.
De BOSA-regeling is voor sportverenigingen van belang om te kunnen investeren in accommodaties en sportmaterialen. Volgens NOC*NSF is de vraag daarnaast in hoeverre er voldoende middelen terechtkomen bij de mensen en organisaties die de sport dagelijks mogelijk maken, zoals verenigingen, vrijwilligers, trainers en coaches. Ook vraagt de sportkoepel aandacht voor mensen die nu nog onvoldoende toegang hebben tot sport.
Volgens NOC*NSF sluiten de investeringen nog niet aan bij de inhoudelijke ambities die het kabinet heeft op het gebied van onder meer preventie, gezondheid en gemeenschapszin. De organisatie ziet sport daarbij als middel om bij te dragen aan het beheersbaar houden van zorgkosten, het terugdringen van ziekteverzuim en het verbeteren van de mentale en fysieke fitheid van de samenleving.
NOC*NSF pleit daarom voor een breder gesprek over de positie van sport in Nederland. De sportkoepel riep deze week samen met tientallen medici, wetenschappers en wetenschappelijke verenigingen van medisch specialisten het kabinet op om de maatschappelijke waarde van sport te erkennen en deze ook terug te laten komen in de financiële keuzes van de Rijksoverheid.
Sport is daarin geen bijzaak, maar een essentiële schakel
Marc van den Tweel, algemeen directeur-bestuurder van NOC*NSF: "In de Troonrede benadrukt het kabinet terecht het belang van preventie, betaalbare zorg en de ambitie om onze jongeren te begeleiden naar ‘de gezondste generatie ooit’. Sport is daarin geen bijzaak, maar een essentiële schakel. Als we ziekteverzuim en de groei van de WIA-instroom willen terugdringen en mensen mentaal en fysiek vitaal willen houden, kunnen we niet om investeren in sport heen. Daar hoeft niemand van overtuigd te worden. De vraag is nu of we die logica ook terugzien in de financiële keuzes."
Over de gevolgen van de eerdere bezuinigingen zegt Van den Tweel: "De afgelopen jaren heeft de sportsector fors moeten inleveren. Dat herstel je niet met een beperkte impuls. Zonder voldoende middelen ontstaat het risico op verschraling. Dat betekent niet dat de sport morgen stopt met draaien, maar wel dat er bijvoorbeeld minder ruimte is voor de opleiding van trainers en coaches, minder ondersteuning voor vrijwillige bestuurders, minder sportaanbod voor moeilijk bereikbare doelgroepen. Ook wordt het moeilijker om succesvolle oplossingen landelijk te verspreiden, waardoor verenigingen, gemeenten en sportorganisaties vaker zelf het wiel moeten uitvinden."
NOC*NSF wil daarom met het kabinet verder in gesprek. Van den Tweel: "Wij gaan daarom met het kabinet in gesprek over de fundamentele rol van sport in Nederland. De plannen die het kabinet presenteert bieden daarvoor voldoende aanknopingspunten. Nu moeten we ervoor zorgen dat de financiële keuzes daar ook bij aansluiten."