Wie bij PSV nog steeds denkt aan sponsoring als een optelsom van logo’s, hospitality en zichtbaarheid, kijkt volgens commercieel directeur Frans Janssen naar een verouderd model. Achter het Brainport-shirt van PSV schuilt namelijk geen klassieke hoofdsponsorconstructie, maar een veel bredere gedachte: de club inzetten als verbinder en als platform voor de regio. In de visie van Janssen is het shirt geen eindpunt, maar een middel om grotere economische en maatschappelijke uitdagingen aan te pakken. Daarmee is het Brainport-model niet alleen een van de opvallendste sponsormodellen in het Europese voetbal, maar ook een case die laat zien hoe een club haar rol opnieuw kan definiëren.
Op de vraag van wie het oorspronkelijke idee voor het Brainport-model kwam, nuanceert Janssen direct. Hij wil de credits nadrukkelijk niet naar zichzelf toetrekken. Wel beschrijft hij hoe zijn visie ontstond vanuit zijn eigen ervaringen, eerst als sponsor en later als commercieel verantwoordelijke bij PSV. Janssen, die al 48 jaar een seizoenkaart heeft en de club diep in zijn familiegeschiedenis verankerd ziet, werkte eerder als CEO van Athlon, destijds partner van PSV. Juist in die periode viel hem op hoe traditioneel de relatie tussen club en sponsor was ingericht.
Volgens Janssen bestond het commerciële beleid bij veel betaaldvoetbalorganisaties in de kern uit “facturen sturen, geld ophalen en bier, bitterballen en reclameborden leveren”. Daar is volgens hem op zichzelf niets mis mee, “want het is makkelijk en als het werkt, dan werkt het”, maar hij zag ook dat er bij een club als PSV veel meer kennis en kracht aanwezig was dan op die manier werd benut. Zijn centrale gedachte werd daarom: Waarom zou een voetbalclub bedrijven niet kunnen helpen op thema’s als vitaliteit en talentontwikkeling?
Janssen schetst dat heel concreet. Als een bedrijf dankzij de kennis en infrastructuur van een club als PSV bijvoorbeeld het ziekteverzuim van 4% naar 3% kan terugbrengen, levert dat direct waarde op in de bedrijfsvoering. In zijn woorden: “dan komt PSV in mijn bedrijfsvoering” en verandert de sponsorrelatie wezenlijk. Dan gaat het niet meer alleen over zichtbaarheid, maar over een club die helpt bij een daadwerkelijk organisatievraagstuk. “De kern van mijn denken is altijd gebleven: een betaaldvoetbalorganisatie moet veel meer kunnen zijn dan een vehikel voor logo-exposure. Die gedachte bracht me bij een fundamentelere vraag: Waarom bestaat PSV eigenlijk?” Juist daar zag hij een onderscheidend element. “Vrijwel iedereen weet waarom PSV ooit is opgericht”, geeft Janssen aan. “Vanuit Philips, om medewerkers aan de regio en het bedrijf te binden. De Philips-familie bouwde rond de eeuwwisseling niet alleen aan werkgelegenheid, maar ook aan woningen, scholen, handelsorganisaties (Etos) en sportverenigingen om Eindhoven aantrekkelijker te maken voor talent uit binnen- en buitenland.”
In die geschiedenis zag Janssen een directe parallel met de huidige opgave van de Brainport-regio. Ook nu is er sprake van snelle economische groei, van internationale concurrentie om talent en van de noodzaak om Eindhoven en omgeving nadrukkelijker op de kaart te zetten. “De uitdaging die de familie Philips rond 1900 had, hebben we in Brainport vandaag exact hetzelfde”, zegt hij. Daarom is het volgens hem geen toevallige stap geweest, maar een logische, om PSV opnieuw in te zetten zoals de club ooit bedoeld was: in dienst van een groter regionaal belang. Het zit in het DNA van de Philips Sport Vereniging.
Dat leidde tot een andere manier van denken over de waarde van het shirt. Toen Energiedirect besloot van de voorkant naar de achterkant van het shirt te verhuizen, ontstond de ruimte om iets nieuws te proberen. Janssen en zijn team gingen vervolgens langs bij grote en kleine bedrijven in de regio met een andere vraag dan gebruikelijk. Niet: Welk pakket wilt u afnemen? Maar: Waar ligt u wakker van? Volgens Janssen was dat precies de vraag die hij als sponsor zelf altijd had gemist. “Als ik zoveel geld betaal en degene die het geld ontvangt is eigenlijk niet echt geïnteresseerd in mij, dan klopt er iets niet”, zegt hij.
Uit die gesprekken kwamen drie rode draden naar voren. Ten eerste: het vinden, ontwikkelen en behouden van talent. Ten tweede: vitaliteit en ziekteverzuim. En ten derde: trots en bekendheid van de regio. Vooral dat laatste vond Janssen veelzeggend. In zijn ogen zijn Brabanders vaak te bescheiden over hun eigen regio, terwijl die internationale zichtbaarheid juist nodig is om nieuw talent aan te trekken. PSV, dat wereldwijd bekender is dan de stad Eindhoven zelf, kon daarin een rol spelen als communicatie- en mediaplatform voor de regio.
Zo ontstond in 2019 de samenwerking waarbij vijf bedrijven bereid waren fors te investeren, zonder dat hun eigen naam op het shirt hoefde te staan. Dat was voor Janssen precies de toets: Zijn er bedrijven die zich achter een groter belang willen scharen, ook als het niet primair om hun eigen zichtbaarheid draait? Die bedrijven waren er. Het Brainport-partnership bestaat nu uit ASML, Philips, VDL Groep, Rabobank, Jumbo Supermarkten, Royal Swinkels en CSU. Het model loopt inmiddels door tot 2031.
Janssen benadrukt daarbij dat Stichting Brainport al sinds begin jaren negentig bestaat en losstaat van PSV. De stichting omvat negentien gemeenten en twee steden, Eindhoven en Helmond, en werd opgericht vanuit een samenwerking tussen bedrijfsleven, overheid en universiteit. De naam Brainport werd begin jaren negentig in de regio geïntroduceerd om het gebied te positioneren naast Schiphol als airport en Rotterdam als mainport. PSV heeft dat begrip dus niet bedacht, maar heeft het wel een enorm podium gegeven.
Dat gebeurde bewust via het shirt. Waar andere opties als ‘Brabant’ of ‘Eindhoven’ werden genoemd, werd uiteindelijk gekozen voor ‘Brainport Regio Eindhoven’. Volgens Janssen speelde onder andere wijlen Wim van der Leegte, de voormalige topman en eigenaar van VDL Groep en een van de invloedrijkste ondernemers uit de regio, daarin een belangrijke rol. Zijn overtuiging was dat juist díe naam internationaal bekend moest worden gemaakt.
Vervolgens stapte Janssen naar Stichting Brainport met een opmerkelijk verzoek: of de stichting gratis op het shirt van PSV wilde staan. Wat hij nodig had, was geen betaling, maar een licentie om naam en logo te mogen gebruiken. Zo werd het shirt een instrument voor regionale profilering.
De resultaten gebruikt Janssen als bewijs dat het model werkt. In 2019 lag de naamsbekendheid van Brainport volgens metingen op 4% in Nederland; inmiddels is die naar zijn zeggen boven de 85% uitgekomen. Daarmee is het merk uitgegroeid tot een begrip op nationaal niveau. Bovendien, zegt hij, wordt de relevantie van PSV in de positionering van de regio ook bevestigd door partijen die in Den Haag lobbyen voor economische investeringen en programma’s rond de verdere ontwikkeling van Brainport Eindhoven.
Opmerkelijk is dat die groei niet samenviel met sportieve topjaren alleen. Janssen wijst erop dat PSV in de eerste jaren van het Brainport-verhaal vijf jaar lang geen kampioen werd en geen Champions League speelde, terwijl de businesskant juist volliep. “Iedereen wilde erbij horen, bij de Brainport-verhalen”, zegt hij. In zijn ogen is dat een aanwijzing dat de aantrekkingskracht niet uitsluitend voortkomt uit sportieve prestaties, maar uit de rol die PSV is gaan spelen als verbinder in de stad en de regio.
Die gedachte heeft PSV later doorvertaald naar de vrouwenafdeling met Fe:male Tech Heroes. Dat is volgens Janssen bewust geen Brainport-kopie in naam geworden, maar wel in opzet. Het initiatief komt voort uit de High Tech Campus, een van de oorspronkelijke partners in de Brainport-samenwerking, die na enkele jaren een andere route wilde kiezen en de PSV Vrouwen wilde inzetten rond een nieuw vraagstuk: het enthousiasmeren van meisjes en vrouwen voor techniek. Samen met onderwijsinstellingen en bedrijven als High Tech Campus Eindhoven, Driessen Groep, Mansveld Techniek, Simac, Cisco, Heijmans en Tibo-Veen is zo een consortium ontstaan dat de PSV Vrouwen gebruikt als vliegwiel rond een maatschappelijke en economische uitdaging. Volgens Janssen levert dat shirt inmiddels meer dan 500.000 euro op, waarmee PSV naar eigen zeggen beschikt over een van de grootste commerciële samenwerkingen in het Nederlandse vrouwenvoetbal.
Ook op andere punten kijkt PSV nadrukkelijk naar logica en samenhang. Zo is Philips als enige merk apart zichtbaar in de nek van het shirt, maar niet als sponsoruiting. Dat is een heritage-logo, bedoeld om de historische band met de oprichter van de club symbolisch zichtbaar te houden. Tegelijkertijd kijkt Janssen kritisch naar terminologie als sponsors en partners. In de praktijk vindt hij eigenlijk iedereen partner, al zit er in de piramide nog steeds een onderscheid in omvang. Het liefst zou hij die piramide verder afvlakken.
Die visie sluit aan bij hoe Janssen de toekomstige ontwikkeling van sponsoring in het voetbal ziet. “Ik geloof niet in standaardbrochures met goud, zilver en brons. PSV werkt daar bewust niet meer mee. De vraag waar je wakker van ligt, is de essentie van modern partnership-denken. Eerst begrijpen waar een bedrijf mee worstelt en pas daarna bekijken of wij als club daar iets in kunnen betekenen. Als je iemand een minuutje langer kunt laten slapen, heb je een deal”, vat hij die benadering samen.
“Dat vraagt om een andere commerciële cultuur. Niet alleen extern, maar ook intern.” Janssen schetst PSV als een organisatie met korte lijnen, weinig vergaderingen en duidelijke verantwoordelijkheden. Onder zijn verantwoordelijkheid vallen onder meer merchandise, ticketing, commercie, events en de gedeelde afdelingen marketing en media. Die structuur moet volgens hem lean and mean blijven. “Veel speedbootjes, geen olietanker.” Juist die wendbaarheid, gekoppeld aan vertrouwen en een sterk familiegevoel, ziet hij als een van de succesfactoren achter de commerciële groei van de club.
Die groei is aanzienlijk. Waar de totale omzet van PSV eind 2017 nog ongeveer 70 miljoen euro bedroeg, inclusief Europese inkomsten, verwacht Janssen dit jaar uit te komen op 170 à 175 miljoen euro. “Daarvan komt inmiddels ongeveer 105 miljoen uit de commerciële afdeling. Het stadion is niet groter geworden en de groei komt dus niet simpelweg uit meer skyboxen of meer stoelen, maar uit slimmer en beter werken. Het Brainport-verhaal is daarbij een van de grote commerciële aanjagers.”
Vooruitkijkend ziet Janssen ook in de stadionplannen weer een volgende fase waarin partnerships een sleutelrol spelen. Nieuwe bouw- en ontwikkelplannen zullen nieuwe commerciële kansen creëren, maar ook nieuwe partners aantrekken. Opvallend is dat PSV die plannen eerst heeft gedeeld met ‘de familie van de club’: buurtbewoners, medewerkers, supporters en Brainport-partners werden al vroeg meegenomen in de gedachtevorming. “Familienieuws moet je niet uit de krant lezen”, zegt hij. Ook daarin ziet hij een bevestiging van hoe de club met haar achterban en relaties omgaat: dicht op elkaar, niet altijd eensgezind, maar wel in vertrouwen en met gezamenlijke verantwoordelijkheid.
Janssen zelf blijft daarbij opvallend consistent in zijn drijfveer. Zijn persoonlijke ambitie koppelt hij nauwelijks los van die van de club. “Zolang ik kan bijdragen aan de ontwikkeling van PSV, doet ik dat met liefde. Zeker als het lukt om met de huidige directie en het huidige team ook de volgende grote stap, waaronder een nieuw stadion, te realiseren. Daarbij speelt mee dat 99% van de aandelen beheerd wordt door de Stichting PSV Voetbal NV: alles wat commercieel wordt verdiend, vloeit uiteindelijk terug naar voetbal.”
Juist dat maakt voor Janssen het verschil met de corporate wereld waarin hij eerder werkte. “Dit maakt dat de impact niet abstract is, maar zichtbaar, voelbaar en emotioneel geladen.” Daarmee komt de kern van het Brainport-model misschien nog het scherpst naar voren. In de visie van Janssen is een partnership niet langer het verkopen van rechten, maar het organiseren van relevantie. Niet het shirt als doel, maar als instrument. Niet de brochure als vertrekpunt, maar de vraag waar een organisatie wakker van ligt. Voor PSV is dat tegelijk een commerciële strategie en een regiovisie, gebaseerd op het opnieuw tot leven brengen van het oorspronkelijke gedachtegoed van de familie Philips.