Clubs in de Keuken Kampioen Divisie benutten aanzienlijk meer commerciële posities op hun wedstrijdshirts dan clubs in de VriendenLoterij Eredivisie. Tegelijkertijd verschillen de twee competities in het type sponsors dat op het shirt verschijnt. Dat blijkt uit een analyse van sponsorship consultant Eric Lankers naar de shirtsponsors van alle clubs in beide competities in het seizoen 2026/2027.
Lankers bracht de shirtsponsors, kledingpartners en belangrijkste sponsordomeinen van de 38 clubs in kaart. In de Keuken Kampioen Divisie zijn volgens zijn overzicht 92 commerciële shirtposities ingevuld bij twintig clubs. In de Eredivisie gaat het om 69 posities bij achttien clubs. De naamgevende competitiepartners Keuken Kampioen en VriendenLoterij, die via de competitiebadge op de mouw staan, zijn daarbij niet meegeteld.
Vooral bij de secundaire shirtposities is het verschil zichtbaar. In de Eerste Divisie hebben twaalf clubs een commerciële uiting op de broek en negen op de borst. In de Eredivisie zijn beide posities bij drie clubs ingevuld. Zes Eerste Divisieclubs – De Graafschap, FC Den Bosch, FC Dordrecht, RKC Waalwijk, Roda JC en TOP Oss – benutten alle onderzochte commerciële posities op het tenue.
Een overeenkomst is de sterke aanwezigheid van B2B-bedrijven. In de Eerste Divisie rekent Lankers 63,3 procent van de sponsors tot de primaire B2B-markt. In de Eredivisie is dat 58,2 procent. B2C vertegenwoordigt respectievelijk 27,8 en 34,3 procent. De resterende sponsors vallen onder regionale, maatschappelijke of ecosysteeminitiatieven.
Bouw, infra en vastgoed vormen in beide competities het grootste sponsordomein. In de Eerste Divisie telt Lankers 23 vertegenwoordigers uit deze sector, gevolgd door retail, e-commerce en consumentenproducten met vijftien. Regionale en maatschappelijke samenwerkingen of ecosystemen volgen met acht.
In de Eredivisie bestaat de top drie uit bouw, infra en vastgoed met dertien vertegenwoordigers, IT en software met elf en retail, e-commerce en consumentenproducten met acht. Volgens Lankers zijn in de Eredivisie daarnaast relatief vaker nationaal bekende consumentenmerken zichtbaar, terwijl in de Eerste Divisie regionale bedrijven, MKB en B2B-spelers nadrukkelijker aanwezig zijn.
"De Eredivisie heeft vaker nationaal bereik. De Eerste Divisie vaker regionale relevantie", concludeert Lankers.
Ook bij de kledingmerken lopen de competities uiteen. De Eredivisie telt negen verschillende kledingpartners. Robey is daar met zes clubs de meest voorkomende leverancier, gevolgd door Adidas en Castore met ieder drie clubs.
In de Eerste Divisie is de markt meer versnipperd. Twintig clubs werken daar met veertien verschillende kledingmerken. Robey levert aan vier clubs en Stanno aan drie; de overige merken zijn bij één of twee clubs vertegenwoordigd.
Lankers signaleert daarnaast een ontwikkeling waarbij clubs hun shirt inzetten voor regionale en maatschappelijke samenwerkingen. In de Eredivisie voeren vijf clubs volgens zijn inventarisatie een regionaal of maatschappelijk platform op het shirt. Ook in de Eerste Divisie zijn dergelijke samenwerkingsvormen zichtbaar, waarbij meerdere organisaties gezamenlijk aan een club of regio worden verbonden.